Interview: Petra Doom

Maak kennis met Petra Doom, auteur van Overstekers. Speciaal voor deze Overstekers-week mochten wij haar een boel vragen stellen die ze met veel plezier heeft beantwoord!

Waaruit groeide de droom om een boek te gaan schrijven? 
Ik was als kind een echte boekenwurm, mijn moeder moest me echt naar buiten jagen, anders zat ik de hele tijd in een hoekje te lezen. Me onderdompelen in een andere wereld was veel interessanter dan de realiteit…

Voor mezelf schreef ik al snel gedichten en verhaaltjes, maar het duurde wel héél lang voor het in me opkwam dat ik daar goed genoeg in was om een publicatiewaardig boek te schrijven. Pas toen ik mijn man leerde kennen, en die tegen me zei: ‘Met jouw talent had ik al láng een boek geschreven’ begon ik me af te vragen of die droom misschien toch niet zo irreëel was.

Een ander tussenstapje kwam toen ik samenwerkte met een zangeres aan haar songteksten (een geweldige ervaring, trouwens). Het duurde niet lang voor ze tegen me zei: ‘Ongelooflijk, jij hebt allemaal verhaaltjes in je hoofd.’ Die songteksten waren op een leuke manier frustrerend: de mini-verhaaltjes groeiden in mijn hoofd vaak door, maar in drie minuten kun je maar zoveel vertellen…

Nog zo’n dosis positieve frustratie kreeg ik van een masterscriptie die ik schreef. Ik was ontzettend geboeid door het onderwerp – goed en kwaad in de schilderkunst – maar moest mezelf steeds vaker bij mijn haren terugslepen: ‘Nee, dit is geen verhaal, nee, je mag het niet aan elkaar hangen, nee, die link zou er zeker kunnen geweest zijn, maar hou je bij de feiten!’ (Hoewel ik moet zeggen dat die neiging om in alles het verhaal te zoeken, me soms heel goed van pas kwam, omdat ik zo verbanden legde die ook echt bleken te bestaan.) Toen ik de scriptie eindelijk naar de begeleidende professor had opgestuurd voor commentaar, barstte alle opgepotte creatieve drang ineens los, en schreef ik in vrij korte tijd het begin van wat nu boek 1 van Overstekers is.

Waarom koos je als genre fantasy? Gebeurde dat misschien vanzelf?
Dat gebeurde inderdaad vanzelf. Ik lees verschillende genres, maar fantasy is mijn favoriet, dus niet heel verwonderlijk dat mijn eerste boek een fantasyboek werd.

In Overstekers maken we kennis met heel wat figuren uit de mythologie. Vanwaar die interesse?
Mythologie fascineert mij al heel lang. Het gevoel van openbaring dat veel lezers hadden toen ze Harry Potter leerden kennen, dat had ik toen ik als kind een boekje met Griekse en Romeinse mythen in handen kreeg. Het was alsof iets in mij thuiskwam.

Je combineert ook verschillende mythologieën met elkaar (Keltische, Griekse, Romeinse…). Waarom?
Ik heb me altijd graag in andere culturen verdiept: de verschillen in gebruiken, uitdrukkingsvormen, rituelen, religies, gewoontes…

Hoe meer ik over mythische wezens, verhalen en concepten las, hoe meer me opviel dat er ook opmerkelijke gelijkenissen waren, ook in culturen die ver van elkaar verwijderd zijn. Bijna elke cultuur kent humanoïde wezens met dierlijke kenmerken, bijvoorbeeld. Of gevleugelde wezens.

Na een tijdje ging ik onwillekeurig het idee koesteren: stel dat daar een reden voor is? Dat dit allemaal beschrijvingen zijn, gekleurd door verschillende culturen, maar van wezens die één oorsprong hebben? Dat idee is één van de grote fundamenten van Overstekers.

Hoe zorg je ervoor dat een fantasywereld overeind blijft in een verhaal en dat de lezer genoeg ‘echte’ dingen herkent om zich in die fictieve wereld thuis te voelen?
Ook dat heeft volgens mij veel te maken met consistentie: een fantasywereld heeft opvallende elementen, zoals het bestaan van magie, of mythologische wezens… maar de consequenties daarvan moet je ook merken in de kleine dingen, in onopvallende details.

Voor mij was de mix van fantasy en ‘echt’ deels evident, omdat het verhaal zich afspeelt in onze wereld. Anderzijds zou je kunnen zeggen dat het juist daardoor een evenwichtsoefening is: de fantasy-elementen moeten net zo realistisch zijn als de bekende. Volgens een proeflezer is dat in Overstekers goed geslaagd doordat er, als balans voor de scènes vol mythologische wezens en magische problemen, ook heel ‘menselijke’, inleefbare stukjes zijn. Een probleem dat wordt besproken bij een gedeelde maaltijd, bijvoorbeeld – iedereen heeft al eens met figuren van diverse pluimage aan tafel gezeten. Of je zorgen maken over een vriendin die heel anders is dan jij, waardoor je weet dat ze dingen gaat doen waar jij het niet mee eens bent – of ze daar nu haar magische gave bij gebruikt of haar grote mond, de situatie is wel bekend.

Hoe ontstaan je personages?
Er zitten stukjes (soms maar een splinter) van mij in misschien wel al mijn personages. Hoe vreemd of kwaadaardig een personage ook is, ik moet wel een soort connectie hebben, voor ik over hem of haar kan schrijven. Sommige personages hebben ook wel trekjes van mensen uit mijn omgeving, andere hebben een eigenaardigheid van iemand die ik maar één keer gezien heb, maar die in mijn geheugen bleef hangen.

Die stukjes en trekjes zijn eigenlijk meer gelijkenissen – zoals je ook wel overeenkomsten tussen verschillende mensen ziet – dan dat mijn personages echt op mezelf of anderen gebaseerd zijn. Mijn verhaalideeën beginnen namelijk bijna altijd met een of meerdere personages, die vrij afgerond in mijn hoofd verschijnen.

Mirabel, het hoofdpersonage, is eigenlijk van adellijke afkomst, maar daar krijgen we in dit eerste boek relatief weinig informatie over. Volgt dat nog in boek 2? Had je tijdens het schrijven van dit eerste boek zelf al een idee over haar stamboom of groeide dat doorheen het verhaal?
Ik ontdek tijdens het schrijven inderdaad nog veel over mijn personages, maar ik wist meteen bij het begin al wat Mirabel haar afkomst was. Het is een heel essentieel onderdeel van wie ze is, ook al verzet ze zich er in het begin van boek 1 met hand en tand tegen. Helaas, hoe hard ze er ook tegen vecht, ik durf er wel een toekomstvoorspelling aan wagen dat we haar roots nog van héél dichtbij te zien zullen krijgen. 😉

Waaraan erger je je als je zelf een boek leest of tijdens het schrijven?
Misschien wel mijn grootste ergernis bij het lezen: inconsistentie, vooral in een personage. Dat iemand eerst een blauwe sjaal draagt, en dan een roze – oké. Dat trekt me wel even uit het verhaal, maar het is als een tikfoutje: kan een keertje gebeuren. Maar dat iemand eerst wordt neergezet als bijvoorbeeld impulsief en beschermend, en er dan zonder enige reden passief bijstaat als haar beste vriendin een groot onrecht wordt aangedaan, alleen om het verhaal vooruit te helpen… daar raak ik heel geïrriteerd van.

Tijdens het schrijven erger ik me in de beginfase vaak aan alternatieve ideeën die de plot komen kapen. Ik probeer mezelf aan te leren om die in een apart bestandje te noteren en eerst even rustig door te schrijven met het basisidee, zodat het verhaal eerst vorm krijgt.

Je bent niet alleen actief als schrijfster, maar geeft ook workshops. Wat doe je het liefst?
Ik wilde eerst roepen: schrijven! Ergens ben ik nog altijd dat introverte meisje dat het liefst verdwijnt in een imaginaire wereld. Maar ik ben in de loop der jaren tot de ontdekking gekomen dat ik ook enorm veel voldoening krijg van contact met mensen waar ik een inhoudelijke klik mee maak. Toen ik de workshops een poosje op pauze zette, om me helemaal toe te leggen op het schrijven, miste ik ze na een tijdje reusachtig.

Wat spreekt jou het meeste aan bij workshops geven/volgen?
Ik ben zelf in mijn hart een eeuwige student: ik leer altijd graag dingen bij. En dat werkt ook de andere kant op: ik vind het geweldig om een lichtje in iemands ogen te zien verschijnen. ‘Oh, zit het zo!’ Of: ‘Wauw, dat wist ik niet!’ Connectie maken met iemand die van hetzelfde onderwerp houdt als ik, en die een weggetje laten zien, een brokje informatie aanreiken, dat hij of zij nog niet kende… dat zorgt ervoor dat ik na een workshop soms wel moe ben, maar op een ander vlak ook helemaal opgeladen.

Volgt er na boek twee nog een verhaal over Mirabel?
Boek 3 ligt al op de plank te rijpen, en daarna volgt er zeker nog één. Van de ene kant heb ik het gevoel dat ik gerust zeven boeken kan vullen met wat ik nog aan ideeën voor Overstekers heb, maar het is ook wel goed om iets af te ronden. Er zijn tenslotte nog andere borrelende ideeën!

Je kan beide verhalen losstaand lezen. Is dat een bewuste keuze?
Ik heb het in eerste instantie niet met dat idee in mijn achterhoofd geschreven. Naar mijn gevoel was deel 2, door de overkoepelende plot (de ontwikkeling van Mirabel en haar krachten), een echt vervolg. Maar het leek de uitgever wel zo fijn voor lezers als je er ook bij deel 2 kunt inspringen. Dat vond ik wel een goed idee, en dus heb ik daar met een paar kleine ingrepen voor gezorgd. Ik denk nog steeds wel dat je het meest van de boeken geniet als je ze op volgorde leest, hoor. Maar het heeft als voordeel dat, als het al een poosje geleden is dat je deel 1 hebt gelezen, je bij deel 2 je hoofd niet al te hard hoeft te breken over ‘hoe zat het ook alweer met’ (de reden dat ik soms hele series herlees als er een nieuw deel uitkomt, haha).

Hoe zorg je ervoor dat alle stukjes uiteindelijk in elkaar passen? Zeker in dit tweede deel zijn er heel veel vragen en problemen die opgelost moeten worden.
Dat gaat bij mij in fasen.
Ik schrijf het verhaal eerst ontdekkend: de personages komen eerst, en doordat zíj er zijn, weet ik hoe de plot begint. Bij Overstekers 2 wist ik toen ik begon met schrijven bijvoorbeeld dat er een diefstal was gepleegd, maar nog niet precies wat er allemaal achter zat. Ik kon nog maar een klein stukje vooruitkijken, alsof het verhaal zich nog aan mij moest laten zien. Tegen de tijd dat ik ongeveer bij hoofdstuk 10 was, had ik al stukken van het einde in mijn hoofd, andere gedeeltes werden pas duidelijk op het moment dat ik ze schreef. In deze fase gaat het eigenlijk heel organisch, het is achteraf soms moeilijk te vatten wanneer een bepaald idee precies gevormd is. Ik kende de meeste personages natuurlijk al uit deel 1, en van de meeste ontwikkelingen wist ik dus al lang dat ze eraan kwamen… maar dan nog verrassen ze me soms. Het hele proces voelt soms net als een verhaal lezen. Heerlijk!

Dan komt fase 2: ik maak een tijdslijn, ik maak schema’s van waar iedereen wanneer is, ik teken (onhandig, ik ben geen ster in tekenen) een kaart, ik maak een hoofdstukkenoverzicht, en een overzicht van de verschillende verhaallijnen. Dan ga ik puzzelen: kan iedereen zijn waar hij volgens het verhaal is? Klopt het dat bepaalde dingen tegelijk gebeuren, passen bepaalde dingen in één dag? Zijn alle ontwikkelingen logisch? Wordt alles genoeg ge-foreshadowed: zijn er genoeg aanwijzingen opdat je als lezer bij de ontknoping beseft ‘natuuuurlijk, zo zit het, nu valt alles op zijn plaats’ maar tóch nog verrast wordt? Dat is het echte puzzelwerk, dat soms bloed, zweet en tranen kost, maar ongelooflijk bevredigend is als alles op zijn pootjes valt.

Wil je Petra graag ontmoeten en een handtekening scoren of praatje slaan? Dat kan op de volgende momenten:

  • 30/03: lezing & signeersessie Maldegem
  • 28/04: opening tentoonstelling Schilderijen & literatuur (loopt tot 26/05)
  • 13/14/04: Elfia (fantasyfestival)
  • 4-5/05: Mysteria Fantasyfestival
  • 8/06: FantaSea Breskens

 

One thought on “Interview: Petra Doom”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s